Negen behoeften

Afstemmen op onderwijsbehoeften
Kinderen met een groot cognitief talent hebben vaak de zelfde onderwijsbehoeften als doorsnee kinderen. Maar het afstemmen op die behoeften heeft voor de leerkracht wel vaak heel andere consequenties dan het aanbieden van het standaardprogramma. Dat programma beoogt immers om de kerndoelen en de referentieniveaus te behalen, doelen die deze getalenteerde kinderen zo uit hun mouw schudden. Kijk maar:

Zij hebben aanbod nodig dat hen motiveert en activeert:

  1. Leermotivatie: Hiervoor gelden heel wat condities: O.a. een betekenisvolle context. Opdrachten die aansluiten op hun interesses en leefwereld. Je zou ook met Deci en Ryan kunnen zeggen: onderwerpen waar ze binding mee hebben. Deze kinderen hebben vaak interesses die veel verder gaan dan die van hun leeftijdgenootjes. Zij kunnen zich bijvoorbeeld al bezig houden met de grote wereldproblemen. Motivatie is de motor van het leren, maar het hangt af van nog veel meer condities. Deci en Ryan (2000) vatten het samen met: autonomie, binding en competentie (ABC). Bij deze doelgroep is dat lang niet altijd gemakkelijk: zie hieronder: 

Binding:

Zij hebben klasgenootjes en leerkrachten nodig die hen begrijpen en die zij ook begrijpen: relatie:

  1. Leermaatjes(Peers: Samenwerken met echte ontwikkelingsgelijken) Voorkom niet alleen intellectuele ondervoeding, maar ook sociaal-emotionele ondervoeding: zorg geregeld voor echte ontwikkelingsgelijken, maatjes, bezoek aan een plusgroep. Samenwerkend leren. (Mönks)
  2. Doorgaande lijnen:Vertrouwen in anderen wordt ook sterk bepaald door consistentie en consequente reacties: van leerkracht tot leerkracht, van het ene arrangement naar het andere en van de ene school naar de andere.
  3. Structuur:Ook structuur zorgt voor veiligheid. Structuur in ruimte, tijd en activiteit. Zorg voor een vaste plaats voor de spullen, vaste tijden en roosters en stappen-plannen voor de activiteiten. (Meichenbaum,Timmermans , Jolles)  

Competentie:

Zij hebben leerstof nodig die aansluit op hun behoefte aan competentie:

  1. Leertempo:Versnellen: Zorg ook waar mogelijk voor versnellen, zowel door te compacten (indikken van de oefenstof) als door het overslaan van een klas
    6. Leerniveau: Echt moeilijke, complexe opdrachten: Zorg voor open opdrachten in hún zone van naaste ontwikkeling, zodat er geen intellectuele ondervoeding is. Zodat zij bezig gaan met hogere orde denkvragen i.p.v. louter met reproduceren. Durven leren van fouten, durven vragen van hulp vormt het kind! Dus: verhogen, verbreden en verdiepen! 

Autonomie

Zij hebben een leerkracht nodig die hen bovenstaande geeft en ondersteunt bij het leren, zodat hun autonomie groeit: 

  1. Leerstrategie:Sluit aan bij de favoriete leerstrategie: topdown, creatief denkend en autonoom: onderzoekend en ontwerpend leren. Dus weinig instructie, open opdrachten en begeleiding waar dat nodig is. (Vygotsky, Jolles)
  2. Growth mindset: Feedback op inzet en groei (Dweck, Furman) en niet op niveau: hun prestaties vergeleken met leeftijdsgenootjes, zodat zij een growth mindset houden of krijgen. Geef hen ook inzicht in verschil tussen begrip en oefening en laat hen dus ook oefenen als dat nodig is (Koenderink) Want anders is de kans op onderpresteren en het oplopen van hiaten niet denkbeeldig: Wees dus bedacht op onderpresteren: zijn de scores op toetsen op niveau en blijft de vaardigheid toenemen? Blokkeert het kind tijdens het leren? Waarom is dat? (Whitley) 

En soms is ook dit alles nog niet genoeg: dan is hulp van buiten de klas meestal onontbeerlijk:

  1. Strikt individuele behoeften vanwege specifieke beperkingen die elk kind heeft: Dan denken we in de eerste plaats aan de dubbele bijzondere kinderen. (Betts en Neihart) Kinderen die ook nog beperkingen hebben in de zin van dyslexie, ADHD, Asperger of hoogsensitiviteit,  e.a.) Maar elk kind heeft zo zijn eigen speciale aandachtspunten, dat kan zijn perfectionisme, faalangst of simpelweg een fixed mindset.