Deep learning / diep leren

De grondlegger

Op de site van Mariken Althuizen lezen we: Hoogbegaafde kinderen hebben een natuurlijke voorkeur voor het begrijpend leren, ook wel deep level learning genoemd. Ze willen verbanden leggen, betekenis zoeken, conclusies trekken; verder, dieper, abstracter denken. Hun motivatie is intrinsiek en authentiek: alles wat interessant is, is de moeite waard om te leren. Grondlegger van het begrip deep level learning is Ference Marton (Gibbs, G., Morgan, A., Taylor, E. (1982). "n A review of the research of Ference Marton and the Goteborg Group: A phenomenological research perspective on learning. Higher Education", 11, 123-145).

In Nederland lijken veel mensen wel overtuigd van het nut van deep level learning, maar toch vindt het niet z’n weg naar de onderwijspraktijk. In het hedendaagse reguliere onderwijs zijn gewoontes ingeslepen (o.a. vormen van toetsen) die een reproductieve, niet-deep level, houding bevorderen. Hoogbegaafde kinderen reageren hier vaak allergisch op. In het beste geval gaan ze over op ‘strategisch leren’, maar veel vaker helaas gaan ze mee in deze reproductieve, oppervlakkige leerstijl, of leren ze liever helemaal niet meer.

Renzulli: leren denken

Renzulli schreef al in 1988 dat leren denken drie niveaus kent:
-"Kennis van": oppervlakkige kennis, er iets van weten
-"Kennis over": hoger niveau van begrip dan alleen onthouden en terug kunnen halen, zoals het kunnen onderscheiden, het uitleggen van het concept
-"Kennis hoe": het onderwerp wordt totaal beheerst, dit betekent het hoogste niveau van betrokkenheid bij een onderwerp, zoals het geval is bij schrijvers, artiesten en onderzoekers die nieuwe bijdragen leveren aan de wetenschap of kunst. Dit is volgens hem het niveau van kennis en denken dat aansluit bij hoogbegaafdheid.

Bloom: een taxonomie 

De taxonomie van Bloom is een van de meest gebruikte manieren om verschillende kennisniveaus in te delen. De onderwijspsycholoog Benjamin Bloom bedacht deze taxonomie als algemeen model voor de doelstellingen van het leerproces. De taxonomie van Bloom onderscheidt zes niveaus, die oplopen in moeilijkheidsgraad:

lagere orde denken: -kennis reproductie -inzicht -toepassing

hogere orde denken: -analyse -evaluatie -creatie

Maar alleen het bedenken van hogere orde denkvragen is nog geen garantie dat leerlingen op zoek naar het antwoord ook diep zullen leren. Dat hangt ook af van hun betrokkenheid bij het onderwerp. Iets waar Ferre Leavers grote nadruk op legt:

Ferre Leavers en Ontwikkelingsgericht Onderwijs

Ook Ferre Laevers breekt o.a. in zijn artikel "Deep-level-learning and the Experiential Approach in Early Childhood and Primary Education". een lans voor deep learning. Je kunt het artikel hier downloaden. Ook interessant in dit verband is de lezing van prof. Laevers in 2012 voor het Nivoz, waarbij ik aanwezig mocht zijn. Zijn advies was: "Maak de soep zo dik mogelijk"! Ferre is de grondlegger van het Ervaringsgericht Onderwijs. De pijlers waarop dat rust zijn: betrokkenheid door: relatie, het juiste niveau, aansluiting bij de leefwereld van het kind, afwisseling van rust en activiteit en keuzemogelijkheden voor het individuele kind.

De Zes C's

Dan is er in Amerika nog  de beweging gebaseerd op het boek: "New Pedagogies for Deep Learning (NPDL)" van Joanne Quinn en Michael Fullan. Zij suggereren  de Zes C's als belangrijke vaardigheden hierbij: Character, Citizinship, Collaboration, Communication, Creativity en Critical thinking.

Gestaltleren en kernconcepten

In Nederland hebben we het team Gestaltleren o.l.v. Harry Gankema dat het gelijknamig leermodel hanteert om middels hun kernconcepten de kinderen te helpen diepe inzichten in onze wereld te ontwikkelen. Voor je aan een kernconcept begint bekijk je eerst welke "hoofdinzichten" je wilt laten ontstaan bij de kinderen. Het zijn inzichten die duurzaam zijn, niet afhankelijk van de tijd waarin je leeft. Veel betekenend ook vind ik hun slogan: "Leren vanuit emotie en begrip". In het boekje "Werken met kernconcepten" van Anje Ros worden de volgende manieren genoemd om de voorwaarden te scheppen voor diep leren: kennis en bijbehorende inzichten worden met elkaar verbonden in 9 kernconcepten. Er wordt bij voorkeur groepsoverstijgend gewerkt. Bij start van het werken met zo'n concept moet een uitdagende activiteit de verwondering oproepen die kinderen brengt tot diepe vragen over dat concept. 

Daarna moet een rijke, uitnodigende leeromgeving er voor zorgen dat kinderen antwoord kunnen vinden op hun vragen. Bij een rijke leeromgeving kun je denken aan hoeken of lokalen met een specifieke invalshoek (meet/weet hoek, ontdekruimte, tijd/ruimte hoek, enz.), maar ook aan aanbod van de leerkracht en experts (ouders, excursies). tenslotte is er een feestelijke afsluiting met presentaties. 

Tijdens de workshop die Astrid van den Hurk voor ons netwerk verzorgde bleek dat het Gestalt leren een verdere verdieping van het werken met kernconcepten beoogde. Het meest opvallend vond ik het omkeren van de "leerpiramide". Wij zijn vanuit het "cultuur leren" geneigd eerst allerlei zaken uit te leggen (verwoorden) en als de kinderen dat begrijpen dan mogen zij ermee aan de slag gaan en al onderzoekend ervaring mee opdoen. Het Gestalt leren gaat uit van natuurlijk leren, van de kennis hoe in het brein verbindingen worden gemaakt. Dat betekent dat de "leerpiramide" wordt omgekeerd: eerst ervaringen opdoen die emotie oproepen, van daaruit ontstaat de behoefte om het te begrijpen. En al doende ontstaat ook begrip, wat niet wil zeggen dat de kinderen dat begrip ook al meteen kunnen verwoorden, daar zijn nog veel meer ervaringen voor nodig en mogelijk ook wel wat kennis die komt van experts. Dat is heel wat anders als het opzoekend leren dat door sommige collega's voor onderzoekend leren wordt gehouden.

Deep level learning in thema's 

Dr. Sonia van Enter-Zirinsky die, nadat zij eerst projecten maakte voor de  Leonardo-stichting Nederland, het onderwijs in Nederland verrijkte met haar Deep Level Learning thema's op prachtige topic maps. Een weliswaar prijzige maar inspirerende aanpak waarin ook onderzoekend en ontwerpend leren een plaats kan krijgen. Sonia hanteert een verbredende aanpak om tot verdieping en verbinding te komen zou je kunnen zeggen. Elk thema wordt tot "op het bot" uitgediept door het breed in de tijd te zetten: van het begin van de aarde tot in de verre toekomst en ook breed in de ruimte te zetten: van de eigen woonplaats tot ver in de ruimte. De wereldkaart en de tijdbalk zijn daarbij onmisbare ordeningsmodellen.

Filosoferen

Als je kinderen zodanig kunt begeleiden dat ze tot echt filosoferen komen, komen ze volgens mij ook tot diep leren. Fabien van der Ham, alias de "Filosofiejuf" heeft veel bijgedragen om in de dagelijkse schoolpraktijk tot echt filosoferen te komen. Maar filosoferen blijft oppervlakkig als je de valkuilen daarbij niet kent of niet uit de weg gaat. Fabien schrijft erover in haar blog: de 6 valkuilen. Aanbevolen! 

Topdown leren ?!

Hoewel ik tot op heden geen wetenschappelijke onderbouwing voor het begrip "topdown" leren heb gevonden, ben ik er wel van overtuigd dat leren "vanuit het grote plaatje" veel betekenisvoller is dan het leren van losse details die later in een groter geheel hun plaats moeten gaan krijgen. En dat geldt volgens mij niet alleen voor hoogbegaafde kinderen! Deep learning gaat ook uit van het "grote plaatje" én van emotionele betrokkenheid van het kind bij het onderwerp.

We schreven al eerder dat voor het hoogbegaafde kind in het reguliere onderwijs oppervlakkigheid, traagheid en vrijblijvendheid  op de loer liggen. Het zal duidelijk zijn dat deep learning er voor kan zorgen dat dit niet gebeurt.

Deep learning en frictie

In de promo voor zijn NOT-workshop(2019) schrijft Ruurd Adrian van HCO: Leraren en leerlingen denken vaak dat leren gemakkelijk moet zijn. Vraag maar eens aan collega's en kinderen wie de beste leerlingen zijn. De meesten wijzen dan leerlingen aan die het gewoon doorhebben, die dingen weten zonder schijnbare moeite, of die van nature talent voor iets hebben. Maar dit zijn nu juist eigenschappen die niet met leren te maken hebben. Leren zou uitdagend moeten zijn. James Nottingham ontwikkelde de Leeruitdaging. De Leerkuil vormt de kern van de Leeruitdaging. Je zit in de Leerkuil als je onopgeloste of tegenstrijdige ideeën hebt over datgene wat je probeert te begrijpen. Je maakt dan een cognitief conflict door. Door leerlingen uit te nodigen om in de Leerkuil te stappen, daag je ze uit om te komen tot diep leren, met als doel het ontwikkelen van betekenisvolle, blijvende inzichten.  Ik weet nog niet zeker of frictie echt altijd nodig is om tot diepe inzichten te komen, maar ik geloof zeker in het omgekeerde dat frictie in je denken je verder brengt dan routineus denken.